|
Het Mediterrane klimaat
Het
Mediterrane klimaat dankt zijn naam natuurlijk aan de zee.
De opvallendste kenmerken zijn de hete en droge zomers, afgewisseld
met winters die wisselende hoeveelheden neerslag kennen. Een
korte lente en lange herfst vormen de overgangsseizoenen.
De gemiddelde zomertemperatuur varieert van
22 tot 27 graden Celsius, maar in juli en augustus kan de
temperatuur midden op de dag gemakkelijk oplopen tot 35 graden
of meer, vooral in het binnenland. De gemiddelde temperatuur
in januari, gemiddeld onze koudste maand, varieert van 5 tot
10 graden, maar kan zakken tot het vriespunt of lager.
Maar de Middellandse Zee vormt natuurlijk
een groot reservoir van warmte. Op plaatsen dicht aan zee
is het verschil tussen minimum- en maximumtemperatuur kleiner.
Tuinen hebben dus een gematigder klimaat naarmate ze dichter
bij zee liggen. Zomers zijn er niet zo heet als een paar kilometer
landinwaarts en de winters zijn er een aantal graden warmer.
Hooggelegen plaatsen zijn altijd iets kouder, zowel in de
zomer als in de winter.
Aan de karakteristieke blauwe Mediterrane
luchten dankt de regio de sterkste zonnestraling en lichtintensiteit
ter wereld. Het is vrijwel altijd meer dan je planten nodig
hebben en maakt het planten moeilijker om te overleven. Het
aantal uren zonneschijn bedraagt in januari gemiddeld 151
uur, in juli 366 uur.
Regen, zeldzaam in de zomer, begint meestal
in de vroege herfst en gaat door in de winter en de lente.
In een enkele hoosbui kan 100 mm in 24 uur vallen. Sneeuw,
hagel of zelfs vorst op grote hoogte. Daar staat tegenover
dat wat beschouwd wordt als het regenachtige winterseizoen
ook langdurige droge perioden met zon kent. De gemiddelde
hoeveelheid regen loopt uiteen van 1 millimeter in juli tot
64 in oktober. |