Guerníca & De Burgeroorlog
"Guernica,
de oudste stad in de Baskische provincies en het centrum
van hun culturele tradities, werd in een luchtaanval
gistermiddag door de rebellen bijna
volledig verwoest. Het bombardement van de onverdedigde
stad ver achter de frontlinie duurde exact drie kwartier.
Gedurende die tijd en zonder onderbreking wierp een
groep van Duitse vliegtuigen –Junker en Heinkel bommenwerpers
en Heinkel gevechtsvliegtuigen– bommen van 500 kilogram
op de stad. Tegelijkertijd vuurden laagvliegende gevechtsvliegtuigen
met machinegeweren op de inwoners die hun toevlucht
hadden gezocht in de velden. Heel Guernica stond in
korte tijd volledig in brand."
The Times, 27 april 1937
De
Spaanse regering had Picasso gevraagd een groot schilderij
te maken voor het Spaanse paviljoen op de Wereldtentoonstelling
in Parijs. Hij had het onderwerp "schilder en atelier"
bedacht, maar toen hij van de gebeurtenissen in Guernica
hoorde, veranderde hij van plan. Na verschillende schetsen
en studies gaf hij zijn persoonlijke visie op een historische
gebeurtenis.
Zijn enorme Guernica is onderdeel
gebleven van het collectief bewustzijn van de 20e eeuw,
omdat het zo'n krachtige herinnering was. In 1981, na
veertig jaar ballingschap in New York, kwam het schilderij
terug naar Spanje. Picasso wilde namelijk niet dat het
schilderij in Spanje terugkwam zolang daar de democratie
niet hersteld was. In oktober 1937 schilderde Picasso
de Huilende Vrouw als een soort naschrift
bij Guernica. Toen Parijs, waar hij in die tijd
woonde, in 1940 werd bezet, hield Picasso een actie:
hij deelde foto's van Guernica aan Duitse soldaten
uit. Als ze hem vroegen of dat zijn werk was, antwoordde
hij: "Nee, dat van jullie".
